TERUG
Text Box: Reeds toen de grenzen, of bakeningen, van Zelem vastgelegd werden in 1846 « die Paelen vande lande en Heerlyckheyt Zeelhem », was er reeds sprake van het Geesthuys of H. Geesthuys zoals het toen werd genoemd.
 

 

 

          HISTORIEK VAN HET GEESTHUYS

 

 

 

 

 

 

Text Box: De geschiedenis van het Geesthuys is nauw verbonden met de geschiedenis van de armenzorg en zodanig met de geschiedenis van het dorp zelf. 
Het bestaan van de Tafel van de H. Geest, of Armendis, te Zelem blijkt reeds uit de stichtings-oorkonde van de Kartuizerklooster in 1329 waarbij een weide, gelegen tussen Zelem en Genepe door de Armentafel aan het klooster werd geschonken. 
De Tafel van de H.Geest werd bestuurd door een leek: de H.Geestmeester. Deze maakte deel van de Magistratuur die verder bestond uit een meier of officier, een borgemeester, twee sedtmeesters en een kerkmeester. Deze magistratuur werd belast met het burgerlijk bestuur van de Heerlijkheid. 
De Geestmeester had zijn verblijf in het Geesthuys. Van daaruit vervulde hij zijn taak, die bestond in:
· Innen  een gedeelte der tienden, die gewoonlijk uit natuurgoederen 
      bestonden, d.w.z. koren dat werd opgeslagen in de Tiendenschuur.
· Verkopen en verhuren van goederen, zoals landerijen, weiden, bossen en pachthoven.
· Innen van de tientallen renten die de Geestmeester jaarlijks van zijn goederen moest ontvangen.
· Innen van de borgsom die alle vreemdelingen, die in het dorp kwamen wonen, moesten storten, dit voor het geval zij ten laste van de armentafel zouden vallen. 
Na de Franse Revolutie, op 31 augustus 1795, verloor de gemeente haar titel als Heerlijkheid. De Tafel van de H.Geest werd ontbonden en vervangen door de Openbare Onderstand. Het Geesthuys verloor dan ook zijn functie. We vinden het evenwel nog terug als Refugiehuis tijdens de oorlog van 1914-1918.